We kennen haar allemaal, die knoestige trol op onze hellingen. De onooglijke stammen, geen twee dezelfde, dringen en drommen om ruimte en licht. Eenvoudige bomen zijn het, alsof ze te snel zijn opgedroogd, grillige spasmen alom. Maar, verdorie, dit was de boom waaronder de discipelen sliepen toen Christus ze het hardste nodig had!Haar takken zijn het vredessymbool en in haar mooie olie braden we onze lekkernijen. Tijd dus voor een sonnet aan de olijfboom.
Ik groet je nederig, simpelste aller bomen
jij ezel van de plantenwereld, werkpaard op het veld
je staat er eigenlijk alleen maar voor het geld
geen mens zal om je schoonheid of je brede schaduw tot je komen.
Je hangt daar met je dikke pens al eeuwen in de aarde
je vrucht vol gouden olie is ook al zo'n simpel ding
geen herfstrood tooit je blad en de bewondering
is steeds iets dat de mens voor een andere boom in 't bos bewaarde.
Maar ho! Je stond al aan de oevers van de Styx,
je schaduw redde Hagars kindje het leven
en in je olie braadde het everzwijn van Obelix.
Je stond daar, eeuw na eeuw en kostte ons bijna niks
Hoog tijd dus dat voor jou een versje werd geschreven
Daarom, met diep respect, hoogachtend, werd getekend,
Rix.
